Wetgeving en verantwoordelijkheid
Vaarbewijs, verantwoordelijkheid en scheepstypen
Voordat je het water op gaat, wil je weten wat er van jou wordt verwacht. In deze les leer je wanneer een klein vaarbewijs verplicht is, welke scheepstypen de regels onderscheiden, wie er verantwoordelijk is voor veilig varen, en wat er met je vaarbewijs en je vaarbevoegdheid kan gebeuren als het misgaat.
Les 1 van 24± 45 min lezenLeesles
Na deze les
Wat je gaat kunnen
- Je kunt bepalen wanneer voor een pleziervaartuig een klein vaarbewijs nodig is.
- Je kunt klein schip, groot schip, snelle motorboot en snel schip van elkaar onderscheiden.
- Je kunt uitleggen wie verantwoordelijk is voor veilig en reglementair varen.
- Je kunt de regels voor varen onder invloed van alcohol en andere stoffen toepassen.
- Je kunt de minimumleeftijden voor veelvoorkomende kleine vaartuigen toepassen.
- Je kunt invordering van het vaarbewijs onderscheiden van ontzegging van de vaarbevoegdheid.
De kern
Wat je moet begrijpen
Voor een pleziervaartuig van 15 tot 25 meter is een klein vaarbewijs verplicht. Voor een motorboot korter dan 15 meter is het verplicht wanneer die sneller dan 20 kilometer per uur door het water kan varen.
Binnen het BPR is een klein schip in beginsel korter dan 20 meter. Bepaalde schepen gelden ondanks hun lengte niet als klein schip, waaronder een passagiersschip, een veerpont, een vissersschip, een duwbak en een schip dat een groot schip sleept, duwt of assisteert.
Een snelle motorboot is een klein schip dat op zijn motor sneller dan 20 kilometer per uur door het water kan varen. Let op het woord schip: ook een zeilboot die op de motor die snelheid haalt, telt mee. Een snel schip is een groot motorschip dat sneller dan 40 kilometer per uur door het water kan varen.
De schipper draagt de hoofdverantwoordelijkheid. Wie tijdelijk zelfstandig koers en snelheid bepaalt, is daarnaast zelf verantwoordelijk voor het naleven van de vaarregels.
Varen onder invloed is apart verboden, en dat verbod staat los van de vraag of je schip vaarbewijsplichtig is. Het richt zich op degene die op een scheepvaartweg een varend schip voert of stuurt. Voor alcohol noemt de wet twee grenzen: meer dan 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, of meer dan 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed. Boven een van die waarden ben je in overtreding, ongeacht hoe je je voelt of hoe rustig het op het water is.
Het verbod gaat over meer dan alcohol, en het is niet naar stof geformuleerd maar naar effect. Verboden is varen onder zodanige invloed van een stof dat je vaardigheid om het schip te voeren of te sturen kan verminderen, terwijl je dat weet of redelijkerwijs moet weten. De wet noemt geen enkele stof bij naam en zegt uitdrukkelijk: al dan niet in combinatie met een andere stof. Drugs en geneesmiddelen vallen dus onder dezelfde bepaling. Voor die stoffen bestaat geen getalsgrens zoals bij alcohol; de maatstaf is het effect en jouw wetenschap daarvan.
Voor het sturen van een snelle motorboot geldt in beginsel een minimumleeftijd van 18 jaar. Voor veel andere motorschepen en zeilschepen van 7 meter of langer geldt 16 jaar. Een klein open motorschip korter dan 7 meter dat niet sneller kan dan 13 kilometer per uur mag vanaf 12 jaar worden bestuurd.
Een vaarbewijs kun je niet alleen halen, je kunt het ook kwijtraken. De wet kent daarvoor twee dingen die vaak door elkaar worden gehaald: invordering en ontzegging. Het examen vraagt juist naar dat verschil, dus het loont om ze uit elkaar te houden.
Je komt de eerste maatregel ook tegen onder een ander woord. Het CBR spreekt over het intrekken van het vaarbewijs; de wet zelf gebruikt die term hier niet en noemt het invordering. Bedoeld wordt dezelfde handeling als hieronder beschreven, dus laat het woordverschil je niet in de war brengen.
Invordering raakt het document, en zij mag alleen onder twee voorwaarden tegelijk. Er moet proces-verbaal tegen je zijn opgemaakt wegens een van de feiten waarvoor de bevoegdheid kan worden ontzegd, én er moet zich een van drie gevallen voordoen. Zijn beide vervuld, dan geef je je vaarbewijs op eerste vordering af aan de opsporingsambtenaar. Dat is een handeling ter plekke, in het strafproces, en geen besluit van een instantie.
Die drie gevallen zijn: een zeer hoge alcoholwaarde, varen met zo'n snelheid dat ernstig gevaar voor personen of goederen ontstond, of andere feiten en omstandigheden die een herhaling ernstig waarschijnlijk maken. Ze staan naast elkaar; één ervan is genoeg. De alcoholgrens voor invordering ligt bovendien ver boven de grens waarboven varen al strafbaar is, dus overschrijding van die gewone grens leidt niet vanzelf tot invordering.
Een ingevorderd vaarbewijs gaat onverwijld naar de officier van justitie. Die mag het onder zich houden tot de veroordeling onherroepelijk is, of, als de bevoegdheid onvoorwaardelijk is ontzegd, tot die ontzegging is verstreken. Maakt hij van die bevoegdheid geen gebruik, dan krijg je het vaarbewijs binnen tien dagen terug.
Ontzegging raakt niet het papier maar de bevoegdheid. De bevoegdheid om op de binnenwateren schepen te voeren waarvoor een vaarbewijs nodig is, kan voor ten hoogste vijf jaar worden ontzegd. Dat gebeurt bij de strafrechtelijke veroordeling, dus door de rechter en niet ter plekke.
Ontzegging kan volgen op twee soorten feiten: het voeren van een snelle motorboot in strijd met de daarvoor gestelde voorschriften waarbij ernstig gevaar voor personen of goederen ontstond of terwijl je onder invloed was, en het herhaaldelijk onder invloed voeren van een schip waarvoor een vaarbewijs vereist is.
Bij herhaling verdubbelt het plafond. Is er bij het nieuwe feit nog geen vijf jaar verstreken sinds het einde van een eerdere ontzegging, dan kan de bevoegdheid voor ten hoogste tien jaar worden ontzegd. Deze verzwaring staat buiten de eisen die het examen expliciet noemt; ze staat er omdat het beeld anders onaf is.
Waar het voor het examen om draait: herken dat invordering het afgeven van het document is en ontzegging het verlies van de bevoegdheid, weet wie welke rol speelt, en onthoud het maximum van vijf jaar. De verdere procedure, zoals bezwaar tegen de invordering en de gang naar de rechter, laten we hier rusten.
Let op
Voorwaarden en uitzonderingen
- De snelheidsgrens gaat over wat de boot kán varen door het water, niet over hoe hard je feitelijk vaart.
- Het kleinschipbegrip kent uitzonderingen: sommige schepen onder de 20 meter tellen als groot schip.
- De leeftijdsregels verschillen per scheepstype; controleer lengte én snelheid voordat je een leeftijd toepast.
- Het verbod om onder invloed te varen geldt voor elk varend schip op een scheepvaartweg, ook voor een bootje waarvoor geen vaarbewijs nodig is.
- Er bestaat geen getalsgrens voor drugs of geneesmiddelen zoals die voor alcohol bestaat. Bij die stoffen is de maatstaf of het gebruik je vaardigheid kan verminderen en of je dat behoorde te weten.
- Invordering en ontzegging zijn geen synoniemen. Het eerste raakt het document en gebeurt tijdens het strafproces; het tweede raakt de bevoegdheid en is een straf.
- Onder de invorderingsgrens voor alcohol blijft varen onder invloed gewoon strafbaar. Alleen díé grond voor invordering vervalt dan; gevaarlijk hard varen en een ernstig herhalingsrisico blijven zelfstandige gronden.
In de praktijk
Zo ziet het er op het water uit
Voorbeeld 1
Een sloep van 8 meter die maximaal 12 kilometer per uur kan varen is geen snelle motorboot. Alleen op grond van lengte en snelheid is er geen klein vaarbewijs nodig.
Voorbeeld 2
Een waterscooter die sneller kan dan 20 kilometer per uur valt voor de vaarregels onder de snelle motorboten.
Voorbeeld 3
Bij een controle wordt proces-verbaal opgemaakt en blijkt de ademwaarde ver boven de grens te liggen. De opsporingsambtenaar vordert het vaarbewijs en je geeft het af; het gaat daarna naar de officier van justitie. Of je de bevoegdheid ook kwijtraakt, beslist pas de rechter.
Voorbeeld 4
Een schipper wordt voor de tweede keer binnen vijf jaar veroordeeld voor varen onder invloed met een vaarbewijsplichtig schip. De rechter kan de bevoegdheid nu voor langer ontzeggen dan bij de eerste keer.
Denkfouten
Waar het vaak misgaat
Denkfout:Een klein schip is altijd elk schip korter dan 20 meter.
Klopt wel:In beginsel wel, maar een passagiersschip, veerpont, vissersschip of duwbak telt ook onder de 20 meter als groot schip.
Denkfout:Alleen de eigenaar is verantwoordelijk voor overtredingen tijdens het varen.
Klopt wel:De schipper draagt de hoofdverantwoordelijkheid, en wie feitelijk koers en snelheid bepaalt is daarnaast zelf verantwoordelijk.
Denkfout:Een boot hoeft pas vanaf 20 meter een vaarbewijs te hebben.
Klopt wel:De vaarbewijsplicht begint bij 15 meter, en voor snelle motorboten geldt hij ook onder de 15 meter.
Denkfout:Invordering en ontzegging zijn twee woorden voor hetzelfde.
Klopt wel:Invordering is het afgeven van het vaarbewijs in het strafproces; ontzegging is een straf die de bevoegdheid om te varen wegneemt. Ze kunnen samen voorkomen, maar het zijn verschillende dingen.
Denkfout:Wie boven de alcoholgrens vaart, is meteen zijn vaarbewijs kwijt.
Klopt wel:Varen boven de grens is strafbaar, maar invordering mag pas bij een veel hogere alcoholwaarde, bij gevaarlijk hard varen of bij ernstig herhalingsrisico.
Denkfout:Het alcoholverbod op het water geldt alleen als je een vaarbewijs nodig hebt.
Klopt wel:Het verbod richt zich op degene die een varend schip voert of stuurt op een scheepvaartweg. Of voor dat schip een vaarbewijs nodig is, doet er voor dit verbod niet toe.
Denkfout:Voor drugs geldt op het water dezelfde grens als voor alcohol.
Klopt wel:Voor alcohol staan er twee getallen in de wet; voor andere stoffen niet. Daar geldt de maatstaf dat het gebruik je vaardigheid kan verminderen en dat je dat wist of behoorde te weten.
Denkfout:Wat het CBR intrekken van het vaarbewijs noemt, is weer iets anders dan invordering.
Klopt wel:Het is dezelfde maatregel onder een ander woord. De wet noemt haar invordering; het examen kan haar intrekken noemen.
Kernpunten
In het kort
- Klein vaarbewijs: verplicht van 15 tot 25 meter, en onder de 15 meter zodra de motorboot sneller dan 20 kilometer per uur kan.
- Klein schip is in beginsel korter dan 20 meter, met belangrijke uitzonderingen.
- De schipper is hoofdverantwoordelijk; wie stuurt deelt in die verantwoordelijkheid.
- Onder invloed varen: meer dan 220 microgram per liter uitgeademde lucht of meer dan 0,5 milligram per milliliter bloed is strafbaar, op elk varend schip.
- Andere stoffen vallen onder hetzelfde verbod, zonder eigen grenswaarde: bepalend is of het gebruik je vaardigheid kan verminderen.
- Leeftijden: 18 jaar voor een snelle motorboot, 16 jaar voor grotere motor- en zeilschepen, 12 jaar voor een klein langzaam open motorschip.
- Invordering raakt het document: afgeven op eerste vordering, daarna naar de officier van justitie.
- Invordering vraagt proces-verbaal plus een van drie gevallen: zeer hoge alcoholwaarde, gevaarlijk hard varen of ernstig herhalingsrisico.
- Het CBR noemt invordering ook wel het intrekken van het vaarbewijs; het is dezelfde maatregel.
- Ontzegging raakt de bevoegdheid: ten hoogste vijf jaar, en bij herhaling binnen vijf jaar ten hoogste tien.
Kennischeck
Zit het erin?
Korte begripscontrole bij deze les, met directe uitleg. Dit is geen examen en telt niet mee in je oefencijfers of je examengereedheid.
Vraag 1 van 4
Vraag 2 van 4
Vraag 3 van 4
Vraag 4 van 4
Klaar met deze les?
Rond de les af zodra je de stof hebt doorgenomen. Je voortgang komt terug op je dashboard en in de opleiding.
Oefen wat je net hebt geleerd: 10 vragen · ongeveer 8 min.
Gericht oefenenKlaar voor meer
Ga verder met de volledige opleiding
Je hebt de proefles ervaren: lezen, oefenen en uitleg bij elk antwoord. De volledige opleiding geeft je 24 maanden lang alles wat je naar je examen brengt. Je voortgang blijft bewaard.
- Alle lessen, niet alleen de proefles
- Gericht oefenen per onderwerp met directe uitleg
- Je examengereedheid, gekoppeld aan je examendatum
Klein Vaarbewijs 1€ 39,50
24 maanden toegang, eenmalig.
Eenmalig, geen abonnement. Je kunt eerst rustig verder kijken.